Verslag Eurosonic 2010 donderdag
Gisteravond liep ik gezellig met levende Noorse black metal legende Gaahl door de stad Groningen. Een dag eerder had hij in de Noorse pers voor nogal wat opschudding gezorgd door zich positief uit te laten over kerkverbrandingen. Aanleiding is het nieuws dat Gaahl de rol van Heimdal gaat spelen in black metal musical Svartediket die op het Bergen International Festival in première zal gaan. In Noorwegen vindt met het ongehoord dat iemand die eerder is veroordeeld voor mishandeling en die kerkverbranding verdedigt, nu op de loonlijst van de overheid staat. Inmiddels hebben ook de Bisschop van Bergen en de festivaldirecteur zich tegen Gaahl gekeerd. De regisseur van Svartediket is nu de opdracht gegeven met Gaahl te gaan praten. Als Gaahl zijn uitspraken echter niet terugneemt, lijkt het erop dat het hele feest wel eens niet door zou kunnen gaan voor hem. Gaahl zelf vindt het allemaal erg overdreven en vervelend dat zijn verleden weer opgerakeld wordt. Hij is blij dat hij vanavond met Wardruna kan spelen.
Wardruna opent de avond in het Grand Theatre aan de Grote Markt. De enige locatie op het festival die nog een beetje geschikt is voor de terug-naar-de-natuur-folk van Wardruna, de band waarvoor Gaahl een deel van de vocalen voor zijn rekening neemt. Op het moment dat ik in de zaal sta ben ik wel blij dat ik er niet bij was in het Natuurtheater in Oisterwijk op Incubate. Natuurlijk steekt een optreden in een, weliswaar prachtige, theaterzaal schril af tegen het concert in de open lucht met alleen het licht van fakkels. Geen vergelijkingsmateriaal voor mij echter, dus ik kon prima genieten van de primitieve en bezwerende folk. Vooral de zang van Linda Fay Hella en Gaahl was zeer indrukwekkend. Een zware, maar erg mooie opening.
In Vera speelt I Was A King een set van ongeveer een half uur waar zowat het hele titelloze album voorbij komt. Live komt het echter niet uit de verf. Het is weliswaar fijn om de songs die ik de afgelopen maanden zo vaak heb beluisterd eens live te horen, maar meer dan dat is het ook niet. Het korte optreden zorgt er echter wel voor dat ik naar de Fransen van Turzi kan in Vindicat. Ik pik de laatste drie nummers mee, waarin de aan krautrock verwante psychedelica me benieuwd maken om eens een langere show van ze te zien. Minder elektronisch dan op hun plaat A en dat bevalt goed.
In Huis de Beurs is Monolithic net begonnen als ik binnenkom. Twee jonge Noren, waarvan de drummer (van o.a. Motorpsycho en Animal Alpha) op een kruising van Nick Carter en Patrick Wolf lijkt, maken een verwoestende cocktail van industrial, metal en improv. Enthousiast, hard en overrompelend. En toch ga ik weer iets eerder weg om nog een kijkje te nemen bij Lucy Love. Ze rapt goed, de aan dubstep verwante beats klinken soms erg lekker, maar kunnen nog wel een dosis experiment gebruiken.
Snel door dus naar… wacht, hier komt dus eigenlijk pas het verhaal met Gaahl, die ik buiten bij het Grand Theatre tegen het lijf loop. Ik breng de heren en dame van Wardruna naar het optreden van Kvelertak in de Machinefabriek, een black metal band die vorige maand bij Indie Recordings heeft getekend, het label waar ook Wardruna, Satyricon en Enslaved getekend zijn. Mijn metalidioom/kennis schiet helaas te kort om Kvelertak goed te omschrijven, maar heel erg onder de indruk was ik niet.
Bij Yeti Lane in Simplon geldt hetzelfde als bij I Was A King, de herkenningsfactor van de nummers maakt het nog wat de moeite, want live overtuigt het helaas niet helemaal. De indiepop met spaarzame krautrockinvloeden komt niet aan. Er wordt hier en daar wat vals gezongen, dat maakt het er ook niet beter op. Terug maar weer naar de Machinefabriek dus.
Omdat Shining in april ook al Vera aan zal doen, blijf ik niet te lang, er is meer te doen. Helaas houden de heren mijn aandacht prima vast met een portie blackjazz zoals ze het zelf noemen op hun nieuwe plaat van gelijke titel. Je kunt het moeilijkdoenerij noemen, maar dat zal ik niet met je eens zijn. Shining komt oprecht over, geen enkel spoortje van showing off. De strakke band verdient echter een kleinere zaal, waarin het publiek het zweet kan proeven. De Machinefabriek is te groot.
Vindicat is dan weer vrij klein voor de veelbelovende Noorse band Harrys Gym. Althans, ik heb de indruk dat dit wel eens een band kan gaan zijn die we meer gaan zien. De band met een mooi schattig frontmeisje, dat lief zingt en gitaarspeelt, maakt dromerige muziek met synthesizer en twee percussionisten. Nergens blinkt de band echt in uit, maar het plaatje klopt, de muziek klopt. Het is poppy genoeg, maar ook experimenteel genoeg.
In Vera zijn de Zweden van Gösta Berlings Saga bezig met een prima progrockexpeditie. Zoals ik in mijn aankondiging al zei, voer voor mensen die in de prog van de seventies zijn blijven steken. Voor mij was dit de goede band op het goede moment. Even lekker twintig minuten spacen op pretentieuze gitaarrock, maar écht bijzonder was het niet. Dat is de stem van Imelda May wel. De Ierse rockabilly zangeres zingt boven op de Kemenade in Vera een nummer. Totaal niet mijn ding, maar een stem heeft ze wel. Rijp voor een doorbraak.
Maskinen in Simplon dan. Gedurende twintig minuten hoor ik heel veel van hetzelfde. Alla Som Inte Dansar blijft hun beste product, dat voor het gemak even vertaald wordt. Wie niet danst is een verkrachter. De rappers hebben het naar hun zin, het publiek gaat uit zijn dak, er zijn weinig verkrachters in de zaal, maar ik ben er niet met de reden om te dansen of te feesten. Ik wilde zien hoe goed Maskinen is live. Ik zie dat ze goed zijn en een feestje kunnen bouwen en kan weer gaan.
Op naar Joensuu 1685 in Vera, dat misschien wel het hoogtepunt van de avond is. Een drietal psychedelische Finnen die van drones en feedback houden, er raar Fins uitzien, en drie kwartier lang heerlijk uit hun plaat gaan. De zanger, organist, gitarist en knopjesdraaier is een held. Hier een mooie foto van Tom Roelofs.

13 January 2010 at 11:21
Flinke afknapper. Ben blij dat ik toch maar thuis ben gebleven.
18 January 2010 at 16:14
Gaahl in een musical, prachtig.
(nu maar duimen dat ‘t doorgaat)
ander hilarisch feitje rond die Gaahl is die keer dat ie een inbreker folterde. niet zo leuk voor de inbreker misschien, maar wat verwacht je dan, valt alleen tegen dat de inbreker niet bang werd van het interieur (ik bedoel, je kunt er je dingen bij voorstellen wat daar allemaal staat)