Le Guess Who? 2009
Op de donderdag begint het festijn met Dead Confederate, een aardige post-Nirvana band, maar niet een die de tongen los weet te maken. Wel een fijne opmaat naar een ijzersterk Nederlands debuut van het duo Tweak Bird. Aanvankelijk denk ik nog met een man-vrouw duo te maken te hebben, maar het blijken twee broertjes te zijn, die met gitaar, drums en zang, en sporadisch wat saxofoon en fluit van een derde persoon, in een half uur de zaal ruimschoots voor zich winnen. Natuurlijk komt meer dan de helft van de mensen voor het alles verzengende lawaai van A Place To Bury Strangers, maar op mij maakt Tweak Bird veel meer indruk. APTBS moet het bij mij vooral van het geluid hebben. Dat is zowel live als op plaat ongelooflijk vet. De songs zijn echter het euvel. Zonder echt goede nummers gaat het geluid na een half uur behoorlijk vervelen en op het podium is letterlijk niets te zien. Na afloop blijkt dat juist het tweede deel van de show, dat ik gemist heb om de cd van Tweak Bird te gaan kopen, de grootste indruk gemaakt heeft. Volgende keer beter.
Voor de vrijdag ben ik gevraagd plaatjes de draaien in Tivoli de Helling. Dat wil ik wel, want dat is de zaal waar ik toch al van plan was de meeste tijd door te brengen. Het begint met een presentatie van Yuri Landman, die voor een handvol publiek interessante dingen vertelt over zijn zelf gebouwde gitaren. De snaartheorie is inmiddels wel bekend, interessanter wordt het als Landman ingaat op Lichtenbergfiguren, maar het hoogtepunt is uiteindelijk de tien minuten durende jam op de die middag gebouwde instrumenten. Wat tussen de presentatie en het eerste optreden van Alexander Tucker opvalt, is de hoeveelheid mensen die komen vragen wat ik nu eigenlijk draai. Dat geeft een goed gevoel, niet alleen over mijn plaatkeuze, maar ook over het publiek dat duidelijk geïnteresseerd is. Dat blijkt ook wel uit de aandacht voor wat er op het podium gebeurt, ook als daar, zoals bij Alexander Tucker, de eerste tien minuten van alles misgaat. Het wordt hem vergeven als hij zich herpakt en met zijn sampler, gitaar en zang een fijne atmosfeer oproept. Bijzonder wordt het echter nergens.
Dan is het de beurt aan Lightning Dust om in zeer korte tijd, er is een bandlid dat zich niet zo goed voelt, de harten van de zaal te veroveren. Amber Webber heeft een mooie stem, ze ziet er erg schattig uit, maar bovenal weet ze te overtuigen met uitstekende songs, die overtuigend worden uitgevoerd. Overtuigend en uitgevoerd zijn overigens bijna elkaars anagram, maar om het woord overtuigde te gaan gebruiken zodat het anagram wél helemaal klopt vind ik toch wat te ver gaan. Dan zal dit anagram een te grote rol opeisen in dit stukje, dat toch over Lightning Dust zal moeten gaan. Na Tweak Bird is Lightning Dust een tweede hoogtepunt op Le Guess Who?.
Toch is Six Organs Of Admittance nog een flinke klasse beter. Dat komt vooral op rekening van meesterbrein Ben Chasny, die daarin fantastisch wordt bijgestaan door de ook al zo schattige Elisa Ambrogio van Magik Markers. Geen sferische nummers met veel fingerpicking gitaarspel deze keer. We krijgen heerlijke psychedelische gitaarrock voorgeschoteld, waarbij Elisa flink wat lawaai mag maken. Eigenlijk is het meer Comets Of Fire dan Six Organs Of Admittance. Maar dat is op dit tijdstip zeker niet erg, integendeel. Het is fijn om even lekker los te gaan.
Waar anderen dan klaar zijn voor wat meer luchtige, makkelijk dansbare muziek, komt Gala Drop speciaal voor mij (lijkt het wel, aan de reacties om me heen te horen) nog even een fijne krautjam afleveren, waarbij percussie en synthesizers een grote rol spelen. Een ideale spacy afsluiter van deze tweede avond Le Guess Who?.

The Dodos
Dag drie begint in Tivoli Oudegracht. De laatste keer dat ik daar was moet bij Sufjan Stevens geweest zijn, een jaar of vijf geleden. Nu spelen de drie baardmannen van Megafaun op datzelfde podium. Ze maken muziek waar niet zo heel veel mee mis is. Folkrock die refereert naar Fleet Foxes, met hier en daar zelfs wat verrassende wendingen. Wat ik van hun cd hoorde stemde mij positief, maar live is er iets dat me afremt. Zijn het die clichébaarden? Zijn het de aansporingen mee te klappen? Zijn het de grapjes? Of komt het gewoon doordat ik een beetje moe begin te worden van alweer zo’n typisch Amerikaans hippie indiefolkbandje? Het zal de combinatie zijn.
Aan The Dodos dan de eer mij positiever te stemmen en dat lukt ze aardig met een strak optreden. Het songmateriaal van de nieuwste plaat is wel duidelijk een stuk minder spannend dan dat van Visiter, maar hier en daar juist wel weer catchy genoeg om live aan te slaan. Het verrassingseffect dat deze band vorig jaar wel had, is er nu echter niet. Maar verder een puik optreden.
Ook B. Fleischmann is goed bezig in Theater Kikker. In de volle zaal zit het publiek aanvankelijk, maar wanneer er steeds meer mensen naar binnen willen wordt steeds meer mensen gevraagd te gaan staan. Dat past goed bij de set van Fleischmann, die redelijk ingetogen begint, maar uiteindelijk zelfs breakbeats laat horen. Heel fijn zijn de vocalen van Daniel Johnston’s King Kong die gesampled worden. Ook de remix die Fleischmann voor Sole maakte komt langs en zorgt voor een fijne afwisseling met zijn meer typische Morr-elektronica.
Omdat het dan regent dat het giet en dB’s zodoende wel heel ver is, besluiten we het dat dit het was voor deze derde dag in de wetenschap dat er op de zondag nog heel veel moois gaat komen.

Wavves
Het begint al vroeg, om vier uur, met de beeldschone en serene muziek van Great Lake Swimmers-voorman Tony Dekker. Hoeveel mooier kun je beginnen dan met Innocent When You Dream van Tom Waits? Een perfect publiek luistert ademloos naar de fraaie songs van Dekker, die vanwege het heruitbrengen van de eerste twee platen op vinyl vooral voor songs van die platen kiest. Een goede keuze, want daar staan pareltjes als Let’s Trade Skins, The Animals Of The World en het prachtige verzoekje (bedankt anoniem haantje de voorste!) This Is Not Like Home op. Na een aantal concerten met volledige band is eindelijk de magie van het intieme optreden in O’Ceallaigh terug. Het enige minpuntje is de lengte van het optreden, meneer had nog zoveel bloedmooie nummers kunnen zingen uit de steeds sterker wordende discografie van de band.
Gelukkig staat de volgende bebaarde zanger alweer klaar. William Fitzsimmons is meer een lolbroek dan Dekker en vertelt tot vervelens toe dat hij nogal depressieve muziek maakt. Ik hoor vooral liedjes waarin hij keer op keer zingt dat hij iemand nog steeds mist. Er is weinig variatie te horen in zijn songs, maar mooi is het wel.
Waar Fitzsimmons’ humor eigenlijk een erg vrolijke is, druipt er veel meer ironie af van de opmerkingen van Micah P. Hinson. Hier staat een échte troubadour, ééntje met een pracht van een stem, vergelijkbaar met Bill Callahan, eentje die een verhaal heeft te vertellen. Half boos vertelt hij anekdotes, maar speelt vooral sterke, eenvoudige songs. Vergelijkingen met Dylan worden te vaak gemaakt, laat ik dat maar niet doen.
Na drie singer/songwriters wordt het laatste deel van het festival doorgebracht in Ekko, waar ik ook al sinds Sunburned Hand Of The Man niet meer geweest ben. Waar dit collectief begon met een kwartier alleen maar percussie, doet het Amerikaanse Aa dat ook, maar met een volledig ander resultaat. Hier klinkt het meer als de tribale ritmes van Health, maar dan op een minder verwoestende en minder indrukwekkende manier. Aa is een interessante band, maar na debuutplaat gAame uit 2007 lijken ze niets meer aan hun geluid toegevoegd te hebben. Hierdoor is het muzikaal aanvankelijk wel boeiend, maar gedurende het optreden wordt het al gauw eentonig. Gelukkig is daar dan nog een frontman die nauwelijks wat toevoegt aan de muziek en daarom maar een deel van de lichtshow verzorgt met en op zijn sokken. Hij hij heeft duidelijk iets gesnoept en is niet meer helemaal van deze wereld. Hierdoor blijf je het hele optreden geboeid naar deze maffe band kijken.
Drugs zijn ook een issue bij Wavves. Uit het publiek komt dan ook al gelijk de vraag wat over hun drugsprobleem te vertellen. Dat doet de band niet en dat is ook terecht. Het is ten eerste niet boeiend en ten tweede bewijzen ze clean genoeg te zijn om een van de sterkste optredens van het weekend neer te zetten. De gruizige garagenoise van hun plaat blijft live overeind, al mag de galmende zang er wel net iets meer bovenuit komen. Male Bonding heeft dan inmiddels de beschikking over een publiek dat de gang naar de bar al een aantal keer gemaakt heeft en de garagepunk van dit drietal windt het publiek dan ook moeiteloos om de vinger. Jongens en meisjes gaan los in de moshpit. Een mooie ontlading van een nieuwe topper van Nederlandse festivals. Volgend jaar ben ik er weer bij op Le Guess Who?.

1 December 2009 at 16:57
“hoe heet dat droevige nummer van oehoehoe oho oho” hahaha die is zo slecht nog niet anders
1 December 2009 at 17:42
ow geweldig
ik vraag me ook weleens dit soort dingen af, maar ben gelukkig nog wel helder genoeg om te beseffen dat je dat niet kunt invoeren in een zoekerd…”
Leuke weblog heb je trouwens!
Basilicum
1 December 2009 at 21:26
nummer 4 is nu al een klassieker en nummer 5 bewijst dat je het stiekem echt weet. zeg ‘t !
2 December 2009 at 10:47
Hahaha
ik zit ook af en toe bij mijn zoekwoorden te kijken, gewoon omdat het zo grappig is.. “Nico Mudde” is inmiddels een echte klassieker (hopelijk krijg jij er nu ook last van, of tellen reacties niet mee?)
2 December 2009 at 14:32
Grappig inderdaad, maar ik gooi soms hele zinnen in zoekmachines om artikels te achterhalen voor mijn werk en dan kom ik vaak wel precies waar ik zijn moet.
See you, Nitala
2 December 2009 at 14:37
En gekke zoektermen zijn ook nooit weg om bij leuke artikelen op het web terecht te komen.
3 December 2009 at 20:44
“1. bent die een liedje van damien en over heksen zingt”
Dat moet toch bijna wel Das Pop zijn. Bent.